Peter Koene, Liedjeszanger 1948-2013

Archief

Claes Molenaar

AL XV

In oude liederen staat de molenaar garant voor een erotisch getint verhaal. De vrouwen van Brunswijk zijn ten zeerste met Claes ingenomen, maar roddel en achterklap brengen hem voor de rechters, die hem tot de galg veroordelen. Zelfs als hij al geblinddoekt voor de strop staat, kan hij niet nalaten te spotten….

Beluister fragment

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Claes Molenaer en zijn minneken
zij zaten tezamen al aan de wijn
van minnen was ’t dat zij spraken

Och heyle, wel lieve heyle mijn
die valse tongen die wroegen mij
ik zorge: zij zullen mij doden

Een korte wijle en was daar niet lang
daar werden boden om Claes Molenaer gezand
dat hij voor die heren zoude komen

Als Claes Molenaer voor die heren trad
die heren gingen in rade staan
hoe wee was hem te moede

Claes Molenaer, een zake die wij u vragen:
die bonte klederen die gij drage
moechdy ze wel dragen met ere?

Deze bonte klederen die ik draag
die gaf mij een zo schone maagd
zij zal mij wel geven mere

Zij gaven hem penningen in zijn hand:
Claes Molenaar, gij moet gaan ruimen ’t land
Brunswijk moet gij nu laten

Adieu Brunswijk, adieu mijn land
adieu mijns herten een vergulden pand
ik kome daar nog t’avond slapen

Die valse tongen verhoorden dat
zij volgden Claes Molenaar tot op zijn stap
en brochten hem ’s avonds gevangen

Als hij te Brunswijk binnen kwam
hoe weenden de vrouwen, hoe loegen de mans
hoe wee was hem te moede

Maar weet gij wat Claes Molenaer sprak
als hij daar voor die heren trad
met zijne lachende monde?

Heer schoutert, gij hebt drie dochterkijn
ge meent dat ze alle drie maagden zijn
maar helaas, ze zijn géén van allen

De ene dat is mijn minneken
de ander draagt van mij een kindeken
bij de derde heb ik geslapen

Heer schoutert, en trek het u niet aan
hij spreekt als een verwezen man
hij weet niet wat hij klappet

Maar weet gij wat Claes Molenaer sprak
als hij al op die leeder trad
met zijn verbonden ogen

In heel Brunswijk daar staat geen huis
of daar komt wel een jonge Claes Molenaer uit
of een vrouw molenarinne

Claes Molenaer, nu laat u klappen staan
en dede u klappen, gij wares ontgaan
Maar nu moet gij immers hangen


Antwerps Liedboek 15

Oudste contrafact staat in een devoot handschrift van het einde van de 15e eeuw.
De enige overgeleverde melodie in het Devoot en profitelijck boecxken.

Comments are closed.