Peter Koene, Liedjeszanger 1948-2013

Archief

Daar was een schoon juffer fijn (Heer Albert)

Het lied van heer Halewijn, bekend van de literatuurles op school, is in talloze versies tot ver in de twintigste eeuw overgeleverd. De betoverende zang waarmee deze Blauwbaard jonge vrouwen het bos in lokt, ontbreekt bij heer Albert, evenals het hoofd dat aan het eind van het verhaal op tafel wordt gezet. Maar dat hoofd raakt hij evengoed kwijt, door een list van zijn gedoodverfde tiende slachtoffer.

Beluister fragment

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

1. Daar was een schoon juffer fijn
die wilde zo graag bij heer Albert zijn

2. Zij ging al voor haar vader staan
Och vader mag ik naar heer Albert gaan?

3. O nee, mijn dochter, nee gij niet
die derwaarts gaan en keren niet

4. Zij ging al voor haar broeder staan
Och broeder, mag ik naar heer Albert gaan?

5. ’t Is mij al eender waar gij gaat
als gij uw eer maar wel bewaart
en gij uw kroon naar rechten draagt

6. Toen is ze naar haar kamer gegaan
en trok ze haar zijden kleedje weer aan

7. Wat zette zij op haar krullend haar?
Een kroontje van goud, dat drukt haar zo zwaar

8. Toen nam ze de dappere, rooie vos
en jaagde zo lustig al door het bos

9. Ze hadden drie dagen, drie nachten gereisd
ja zonder eten of drinken of spijs

10. Toen reden zij voor een hageboom
daar hingen wel veertien mooi meisjes schoon

11. Hangen daar wel negen mooi meisjes fijn?
Daarvan zult gij er de tiende zijn

12. Weent gij nu om uw vaders goed
of weent gij om uw eer en fatsoen
of weent gij omdat gij sterven moet?

13. Ik ween niet om mijn vaders goed
en ook niet om mijn eer en fatsoen
nog minder omdat ik sterven moet

14. Wat kiest gij er dan, de galgeboom
of kiest gij er de waterstroom
of kiest gij het blanke staal voor goed?

15. Ik kies er geen van alle drie goed
maar als ik dan kiezen of delen moet
dan kies ik het blanke staal voor goed

16. Trek uit, heer Albert, uw bovenste kleed
het maagdenbloed dat is zo heet
dat u dat besproeit dat doet mij zo leed

17. Toen heer Albert zijn eerste mouw half uittoog
het hoofd reeds voor zijn voeten vloog

18. Toen nam zij de dappere, rooie vos
en jaagde zo lustig al door het bos

19. Toen is zij een eindje verder gegaan
waar heer Alberts broeder haar tegenkwam

20. Zeg mij eens, juffer, daar of hier
hebt gij heer Albert ook gezien?

21. Heer Albert zeer moede was
hij ruste stille in het gras

22. Toen is zij een eindje verder gegaan
waar heer Alberts vader haar tegenkwam

23. Zeg mij eens, juffer, daar of hier
hebt gij heer Albert ook gezien?

24. Heer Albert ligt onder ginds groene landouwen
en speelt er met negen schone jonkvrouwen
waar ik de tiende van wezen zou.

 


Gebaseerd op de opname van Ate Doornbosch te Lonneker in 1963 (GL I nr 3).
De zangeres, Geziena Voortman-Pots werd geboren in Losser en haar moeder in Geesteren, waar het lied ook bekend was.

Onze versie, in feite een verkorte vorm van het Halewijnslied, is samengesteld uit:

  • Daar was een schoon juffer fijn (Onder de groene linde, versie D ) couplet 1, 6 t/m 9, 12 t/m 20, 22 t/m 24
  • Jan Alberts (Friese Tjalk nummer 12) couplet 10 en 11
  • Heer Halewijn (J.F. Willems) couplet 2, 3, 4, 5 en 21

Het bekende Halweijnslied is in feite een reconstructie door Willems (1830) uit liedblaadjes en eigen optekeningen.
De oudst bekende versies dateren van 19e eeuwse liedbladen.

Andere versie onder meer in:
De Friese Tjalk nr 12;
Twents Volksleven, blz 121.
Het hoofd werd op de tafel gezet, incl literatuurlijst.

Verwant aan oude sagen als Blauwbaard en de Zweedse watergod Strömkarl. Vgl. ook The outlandish Knight.

Comments are closed.