Peter Koene, Liedjeszanger 1948-2013

Archief

De koopmanszoon

Een verwaarloosde en tot probleemjongere verworden koopmanszoon met diefstal en verkrachting op zijn geweten, belandt uiteindelijk in de gevangenis. Zijn moeder, van wie hij voordien geld noch liefde kreeg, wil wel losgeld betalen, maar het is te laat, het doodvonnis is reeds uitgesproken. Nadat de jongen te kennen geeft dat hij het een grotere schande vindt om nooit door zijn rijke ouders onderhouden te zijn, dan om de doodstraf te krijgen, maakt zijn moeder een einde aan haar leven.

Beluister fragment

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Mijn moeder en mijn vader
zij en onderhielden mij niet
zij sloten mij ’s nachts op de strate
vandaar kwam ik gegaan
nog en was ik niet kwalijk beraân

Wat vond ik op mijn wege?
Drie heren, zo rijke van goed
‘k Heb hun ’t goed en ’t geld afgenomen
gedolven onder ’t ijs
’t Waren drie heren al van Parijs

Wat vond ik nog wat verder?
een mooi meisje van achttien jaar
‘k Heb ze bij haar handen genomen
gebonden aan een staak
’t Was een mooi meisje van achttien jaar

Als ik mijn lozen wille
met dees fiere maagd hadde volbracht,
‘k heb ze weerom losgelaten
‘k heb ze laten huiswaarts gaan
’t was een mooi meisje van achttien jaar

Te Gent, binnen de stede
waar dat ik daar at en dronk
daar kwam diezelfde maegd
ze bracht mij in affront
ja, waar dat ik daar at en dronk

Te Gent, binnen de stede
waar dat ik gevangen lag
mijn moeder kwam aan de kerker
zij wenste mij goeden dag
ja, waar dat ik gevangen lag

Wel zone, zeide zij, zone
en hebt gij nog geld te kort?
Hier zijn vijfhonderd guldens
koopt daarmee uw pardon
Zone, en hebt gij nog geld te kort?

Wel moeder, zeide hij, moeder
ik en heb er geen geld meer van doen
De brieven zijn er gekomen
dat ik morgen sterven moet
moeder, ik heb er geen geld meer van doen

Wel zone, zeide zij, zone
en is het geen schande groot
voor een koopmanszone te wezen
en te sterven zo een dood
zone, en is het geen schande groot?

Wel moeder, zeide hij, moeder
’t is voor mij nog meerder pijn
voor een koopmanszoon te wezen
en zonder geld te zijn
moeder, ’t is voor mij nog meerder pijn

Die vrouwe keerde heur omme
en zij ging er daar enen gang
een gang wel alle zo verre
tot ze aan het water kwam
haar jong leven en duurde niet lang

 


Onze bron is het Iepersch Oud-Liedboek, nr 16. Het werd opgetekend in 1897 bij vrouw Ingelaere, kantwerkster te Ieperen.
Er zijn geen andere Nederlandse versies bekend, wel verscheidene Duitse, o.a. in Des Knaben Wunderhorn II (1808).

Comments are closed.