Peter Koene, Liedjeszanger 1948-2013

Archief

Twee Koningskinderen

Ofwel de onoverbrugbare, soms door anderen gecreëerde kloof tussen twee geliefden. Het symbolische water is diep. Het meisje ontsteekt drie kaarsen als baken om aan de overkant te kunnen komen, maar die worden door een boze heks uitgeblazen. De verliefde jongeling wordt, terwijl hij overzwemt, de verkeerde kant op gestuurd. Hij verdrinkt en van smart springt ook zijn beminde het water in, zodat zij elkaar in de dood alsnog vinden.
Het verhaal is gebaseerd op de Griekse sage van Leander, die dagelijks de Hellespont over zwemt om heimelijk bij zijn geliefde Hero te kunnen zijn. Hero steekt daartoe een lamp aan, die als baken dient. Op een keer gaat het mis, wanneer een storm de lamp uitblaast. Als het lichaam van Leander aanspoelt, verdrinkt ook Hero zich in zee.

Beluister fragment

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Het waren twee koningskinderen, zij hadden malkander zo lief
Zij konden bijeen niet komen, het water was veel te diep.
Wat deed zij, zij stak op drie kaarsen, als ‘s avonds het dagelicht zonk
“Och liefste, kom zwemt er over” Dat deed ’s kongings zone – was jonk.

Dit zag daar een oude kwene, een al zo vilijnig vel
Zij gink er dat licht uitblazen, toen smoorde die jonge held.
“Och moeder, mijn liefste moeder, mijn hoofdje doet mij er zo wee!
Mocht ik er een wijle gaan wandelen, wandelen al langs de zee”.

“Och dochter, mijn liefste dochter, allene moogt gij daar niet gaan
maar wekt uwe jongste zuster, laat die met u wandelen gaan”.
“Och moeder, mijn jongste zuster is nog een zo kleinen kind,
zij plukt er wel alle de bloemkens die zij onderwege vindt.

Zij plukt er wel alle die bloemkens, de bladerkens laat zij staan.
Dan klagen die lieden en zeggen: dat hebben ’s konings kinderen gedaan”.
“Och dochter, mijn liefste dochter, allene moogt gij daar niet gaan
maar wekt uwen jongste broeder, laat hem met u wandelen gaan.”

“Och moeder, mijn jongste broeder is nog een zo kleinen kind,
hij loopt er naar alle de vogels die hij onder wegen vindt”
De moeder ging naar de kerke, de dochter ging hare gang
Tot zij er bij het water een visser, haars vaders visser vand.

“Och visser,zo sprak zij, visser, mijn vaders visserkijn,
gij zoud er voor mij eens vissen, het zal u gelonet zijn”.
Hij smeet zijne netten in ‘t water, de lodekens gingen te grond
In ’t korte was daar gevisset ‘s konings zone, van jaren was jonk.

Wat trok zij van haren hande? Een vingerlink rode van goud.
“Houd daar”, zeide zij , “goede visser, “deez vingerling rode van goud”
Zij nam toen haar lief in haar armen en kuste hem aan zijne mond.
“Och mondeken, kond gij spreken, och herteken waart gij gezond!

Zij hield er haar lief in haar armen en sprong er met hem in de zee
“Adieu” zeide zij, “schone wereld, gij ziet er mij nimmer meer.
Adieu, o mijn vader en moeder, mijn vriendekens alle gelijk.
Adieu mijne zuster en broeder, ik vare naar ’t hemelrijk”.


De oudste versie komt voor in een handschrift dat zich bevindt in de KB te Brussel, en dat afkomstig is uit klooster in Dordrecht, ca 1525. Daarbij staat als melodie-opgave: Ic sie die morghe sterre, hetgeen staat in het Devoot ende profitelijck boecxken, 1539.

Onze versie is die van J.F. Willems (1848). Andere zijn onder meer te vinden in Het Oude Nederlandsche Lied, nr. 43; Het levende lied van Nederland nr 12; Terschellinger Volksleven nr 15; Liederen en dansen uit West Friesland nr 20; Volendam, leven en lied, nr 11; De Friese Tjalk nr 10; Twents Volksleven blz 124; Iepersch Oud-Liedboek, nr 3; Liederen en dansen uit de Kempen blz 97; Groninger liederen nr. 4.

Het verhaal is wijd verspreid en een soortgelijk lied werd in ieder geval ook gezongen in Duitsland, Zweden en Denemarken.

Comments are closed.