Ik ben geboren in 1948 in Delft en woonde vervolgens in Bergen op Zoom, wederom in Delft en daarna in Eindhoven, Veldhoven, Utrecht en De Bilt. Ik ben getrouwd en heb drie kinderen en twee kleinkinderen. Na enige jaren in het bedrijfsleven koos ik voor de sociaal culturele sector en werkte ik achtereenvolgens in het vormingswerk voor werkende jongeren, bij het “vormingstoneel”, in het ouderenwerk en tenslotte in het opbouwwerk in de wijk Ondiep in Utrecht.
Muziek is altijd mijn grote passie en in feite mijn “tweede baan” geweest.
Zo
rond 1958 krijg ik mijn eerste gitaar, en leer ik, samen met een stuk of
tien andere kinderen, de eerste akkoorden van kapelaan Frans Scheel in het
parochiehuis van onze kerk. Dat gebeurt aan de hand van populaire liedjes als
Marina (Rocco Granata), Tommie uit Tennesee (Ria Valk) en
Grote Beer (Cocktailtrio).
1965. Op de toenmalige
“piratenzender” Radio Caroline is bijna dagelijks het liedje “Little Boxes” van Pete Seeger te horen. Wat is dit
voor muziek? Zo simpel en toch zo aansprekend. Amerikaans cabaret ofzo?
De
zus van een vriend van mij blijkt een hele LP van die Seeger
te hebben, “We shall overcome”. En zo ontdek ik de Amerikaanse folk.
Volksmuziek dus, maar dan gebracht door professionele artiesten.
Ik
begin het na te spelen. De eerste LP’s die ik
vervolgens zelf koop van Pete Seeger,
Derroll Adams & Jack Elliott en van Joan Baez worden grijsgedraaid.. Mijn ontdekkingstocht begint en
er gaat een wereld voor mij open. Ik kom op het spoor van Thon
Fikkerman’s Folkclub ’65,
waar huiskamer-sessies worden gehouden, en van Cobi Schreijer’s Waagtaveerne in
Haarlem, waar Seeger nota bene een jaar eerder had
opgetreden!
Door
Pete Seeger ontdekte ik een
hele stroom andere Amerikaanse folk-muzikanten,
waaronder Bob Dylan. Ik raakte in de ban van zijn teksten (zong zelfs “Hard rain’s a gonna fall” tijdens een kerkdienst), toen The Byrds
songs van Dylan én Seeger
bleken te zingen was dat een openbaring, en toen Dylan zelf zich met folkrock
ging bezighouden, was voor mij het pad naar de popmuziek, dat ik tot dan toe
vrijwel links had laten liggen, geopend. The Band was jarenlang mijn favoriete
groep, en in aansluiting daarop allerlei groepen met wortels in de traditie.
In
de loop der jaren is Pete Seeger
steeds mijn mentor en inspiratiebron gebleven. Vooral zijn strijdbaarheid en
optimisme en de manier waarop hij die in zijn repertoire(keuze) tot uitdrukking
bracht. Wat dat aangaat hebben meer mensen mij beïnvloed: als het om repertoire-samenstelling gaat heb ik veel opgestoken van
iemand als Iain MacKintosh,
en wat betreft de directe koppeling van muziek aan politiek van Ewan MacColl.
Cobi Schreijer en Ate Doornbosch
inspireerden en stimuleerden mij in mijn interesse voor Nederlandse (traditionele)
liedjes.
Bob
Dylan staat aan de andere kant van het spectrum, hij vertegenwoordigt als het
ware mijn schaduwkant. Zijn songs, die mij vaak emotioneel diep raken,
behandelen de onafwendbare ondergang (“world gone wrong”), maar ook intermenselijke relaties in al z’n
facetten.
Daar
tussenin zit heel veel. Mijn muzikale interesse is breed. Ik houd van
“luisterlied” en cabaret, van stevige rock en van The Dubliners,
van doedelzakmuziek en van klassiek, van wereldmuziek en country, van
draaiorgels en a cappella-zanggroepen
Pete Seeger spoorde iedereen aan, om liedjes in
de eigen taal te zingen, uit te gaan van de eigen cultuur. Cobi
Schreijer blijkt al Nederlands repertoire te zingen, en ik doe bij mijn
grootouders navraag naar oude liedjes, die zij wellicht nog kennen. Vooral mijn
opa van moeders kant, (J. Stolk, 1894-1980) is een
geweldige bron, waar ik nog steeds uit put, en later krijg ik ook materiaal van
andere familieleden of mensen die ik toevallig ontmoet.
Tussen
1966 en 1970
zing ik regelmatig op de sessies van Folkclub ’65 te
Amsterdam, op het open podium van de Waagtaveerne in Haarlem en in De Ark in
diezelfde plaats, veelal samen met Ellen van Eijk.
In 1969
krijg ik van Wim Bosheck de gelegenheid een LP te
maken op zijn Onyx-label. Na die van Cobi Schreijer is het de tweede plaat met Nederlandse
volksmuziek. Hierop onder andere een aantal liedjes, die ik van mijn
grootouders leerde. Alle arrangementen zijn van Benny Ludemann
(die later furore zou maken bij Toon Hermans).
De
presentatie vindt plaats in Café ‘t Anker te Delft, in feite het begin van een
stukje Delftse folk-historie.
In 1971
richt ik met een aantal anderen Folkclub De Bolk op,
in de gelijknamige studentensoos te Delft. Van hieruit ontwikkelt zich het Delftse Folkfestival, dat zowel
in De Bolk als in het Waagtheater plaatsvindt. Enige tijd later neemt Ton Konincks de bezielende leiding van het Delftse
folkgebeuren over.
In 1972
ontstaat van hier uit Volksmuziekgroep Hutspot, die traditioneel Nederlands
repertoire speelt, en aansluit bij de ‘folkbeweging’
van die tijd. Samen met Ad Blaak en aanvankelijk Adee
de Wijs, later Pim Sauer op accordeon. De groep
blijft bestaan tot 1978. In dezelfde periode: optredens met de
volksdansgroepen/orkesten Nitsanim (Den Haag) en Radostan (Rotterdam). Tevens optredens en organisatie folkcafé voor het Doe Dans Festival.
Tussen
1976 en 1983
ben ik muzikant/liedjesschrijver bij Toneelwerkgroep Proloog te Eindhoven.
Proloog maakte “Vormingstoneel”, later politiek activerend theater genoemd.
Vaste tekstschrijver: Jan Smeets. Tevens samenwerking met onder meer Bonkie Bogaerts (Bots) en Lizzie Kean. Grote producties
o.a. ‘De overval op het pakhuis’ (voor kinderen) en ‘De Klucht van Pierlala’,
waarin wordt samengewerkt met Bert Spin (Dommelvolk).
Verder
talloze actieprogramma’s, o.a. tegen kernenergie en kernbewapening.
In
dezelfde tijd, maar dan tot 1985 speel ik in muziekgroep Werktuig. Politieke en
andere geëngageerde liedjes. Daarin onder meer Jaap Oudesluijs
(ex Dommelvolk), met wie ik ook als duo optreed.
Van
1978 tot 1995
ben ik redacteur (en ook een poosje eindredacteur) van het folk- en
volksmuziekmagazine JanViool, tegenwoordig New FolkSounds geheten.
1981
en 1983:
Organisatie van en optreden in de ‘Energiekaravaan’.
1983/84: Nadat Proloog is
opgeheven, wordt ‘Pamflet voor het leven’ (voor de vredesbeweging) nog enige
tijd doorgespeeld.
1984/85: Keter,
met het minimal music-programma ‘Belt 1 A’ Samen met
Imke Bartels, de violiste van Werktuig. Met Jan Smeets en Stefan Jung de toneelproductie ‘Vrimd
Volk’.
Verzorging
liedjes en muziek bij ‘Als klot en moer verdwenen
zijn’ t.g.v. 100 jaar Griendsveen. Met Jan Smeets,
Bert Spin en Snam Vroomans
(Veulpoepers) een liedjesprogramma m.b.t.
orthopedagogiek: “Rolstoelreggae”.
Tussen
1984 en 1990
ben ik bestuurslid van de Landelijke Stichting Strijdmuziek (waarbij veel
geëngageerde koren en muziekgroepen zijn aangesloten) en redacteur van ‘Solied’.
Het
materiaal van die stichting bevindt zich momenteel in het Instituut voor
Sociale geschiedenis.
Vanaf
1986 speel
ik veelal solo-programma’s
met Nederlandse volks- en luisterliedjes. Maar regelmatig maak ik ook deel uit
van een duo of groep. Bijvoorbeeld tussen 1988 en 1991: Fusie HBL, trio
met Frans van Meel en Rob Weterings, met op het
repertoire volks- en strijdmuziek In 1990 speelt dit trio ‘Over liefde en
schandalen’, een programma met liedjes en teksten van Jules de Corte.
Hieruit
ontstaat een vriendschap en incidentele samenwerking met Jules de Corte.
1992
– 1997: Hop
de Wolf, duo met Marianne van der Post. Nederlandse liedjes van de laatste 100
jaar, waaronder ook eigen werk.
Van
1996 – 2006
ben ik bestuurslid en (cursus)organisator van de Stichting Volksmuziek
Nederland. Ik geef zelf ook regelmatig zangworkshops.
Sinds
1998 speel
en zing ik in Muziekgroep Madlot uit Wageningen, speelmansmuziek met Bert Lotz
(doedelzak), Judica Lookman (trekharmonica), Marianne
Heselmans (viool) en Ariëtte
Zuidhoff (zang).
Vanaf
1999 tot
het overlijden van Bert Aalbers, begin 2007: liederen
en muziek van de zee in de FooFooBand. Overige
bandleden Peter van Rijsbergen, Baukje Asma en Christel van Noort.
2006/2007: ad hoc bal folk-band “Utrecht Unlimited” oftewel UU, samen met Dimitra Hierck, Arnold Keizer en
Hester de Boer.
2007: Galgeveld, een programma met taditionele Nederlandse balladen, samen met Ariëtte Zuidhoff (zang), Guy Roelofs (cister), Hester de Boer
(viool), Wouter Kuyper (rekharmonica en doedelzak) en
Frieda Zuidhoff
(blokfluiten).
2007 – 2009: Producer en presentator van
online programma “Dutch Folk Radio”
2008 – 2009: Bob Dylan Tribute door Rainy Day Men # 2 & 3, bestaande uit Wim Matthijsse, Theo Arp en ondergetekende + de “jonge honden” Ravian Arp en Thijs Heij.